‘Hier zie je niet alleen kleding en grote ketens’

februari 06, 2013

Heren- en Prinsenstraat Twee winkelstraatjes in westelijke grachtengordel steeds populairder, mede door lage huren

Voor mensen die op de Negen Straatjes zijn uitgekeken, is een nieuw winkelgebied in opkomst. Diversiteit en eenmanszaken kunnen ze vinden in de Heren- en Prinsenstraat.
Door LOTTE GRIMBERGEN

Voor Herenstraat 19, een leeg winkelpand, staan twee mannen en een vrouw naar binnen te kijken. Eén van de mannen pakt zijn telefoon en toetst het nummer van de makelaar in dat op de poster staat. “Zeg dat je het meteen wil hebben!” roept de vrouw. De man met de telefoon is Richard van Roon; hij heeft een interieurgroothandel en wil zijn eerste winkel in Amsterdam openen.

“Ja, ik heb ook in de Negen Straatjes gekeken. Het scheelt in prijs en in deze straat zitten veel hoogwaardige en originele zaken en zijn meer interieurwinkels.”

Van Roon is enthousiast, maar gaat niet over één nacht ijs. “De locatie van je winkel zegt echt iets.”

De Heren- en de Prinsenstraat in de westelijke grachtengordel lijken precies op de bekende negen straatjes die ten zuiden van de Raadhuisstraat liggen. Waar vroeger een kaasboer, groenteman en kruidenier zaten, zijn nu veel winkels. Er zijn – in tegenstelling tot in de Negen Straatjes – nauwelijks ketens te vinden.

Peter Landa opende twee jaar geleden zijn kledingwinkel BlackSheepRoad in de Herenstraat. Hij verkoopt vooral onbekende, betaalbare merken uit het buitenland. Na een webshop en tijdelijke pop-upstores in onder andere de Harten- en de Haarlemmerstraat werd het tijd voor een eigen winkel. Eerst zocht hij in de Negen Straatjes. “Daar was ik snel uitgekeken, vanwege de prijzen. Voor honderd vierkante meter betaal je 75.000 euro per jaar. Hier zit ik voor de helft.”

Het is voor eenmanszaken al langer onmogelijk in deze buurt een winkel te openen. Ewo Karkdijk: “Terwijl mensen juist voor dat soort winkels kwamen. Niet voor Scotch & Soda’s; die kun je overal vinden. Hier vind je die originele winkels nog wel.” Karkdijk zit al vijftien jaar met zijn accessoireswinkel in de Herenstraat.

Laura Dols is een begrip in Amsterdam. Ze zit al jaren met haar gelijknamige tweedehandswinkel in de Wolvenstraat. “Vroeger was dit een gebied waar allerlei bijzondere winkels bij elkaar zaten. Nu zie je er alleen maar kleding en grote ketens.”

Dols ziet de lagere huur als de voornaamste reden dat zelfstandigen zich wel in de Heren- en Prinsenstraat vestigen. “In de Negen Straatjes zijn de huren verdrievoudigd. Alleen het grote geld kan hier nog terecht.” De nieuwe P.C. Hooftstraat noemt Dols haar geliefde straatjes gekscherend. “Er komt nu zelfs een zaak van Karl Lagerfeld.”

Huib Lubbers van het Retail Management Center kan de aantrekkingskracht van de Heren- en Prinsenstraat gemakkelijk verklaren: “Shoppen moet tegenwoordig méér zijn dan winkel in winkel uit. Winkelen doen mensen liefst in een mooi historisch centrum; je moet er een goede kop koffie kunnen drinken en misschien ‘s avonds een filmpje kunnen pakken. Over al die ingrediënten beschikt dit stukje binnenstad.”

Eva Ruiter van NLstreets denkt daar net zo over. “Winkelen is meer een dagbesteding geworden. En mensen vinden het belangrijk dat ze in winkels komen waar geen spullen liggen die ze ook bij de Bijenkorf kunnen kopen. Dat was de kracht van De Negen Straatjes en is het nu van de Heren- en Prinsenstraat.”

 

[Author] lotte grimbergen

 

Leave a Reply

*

captcha *