Webwinkels versus de winkelstraat

februari 24, 2010

Het mag eigenlijk geen nieuws meer heten; ook afgelopen jaar was weer een mooi jaar voor de webwinkel. Online omzetten en bestedingen vertoonden opnieuw een mooie groei. Medio vorig jaar zocht het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) al uit dat 8,8 miljoen mensen aangeven wel eens een aankoop op internet te hebben gedaan (een stijging van 17 procent ten opzichte van de twee jaar ervoor). `Het internetshoppen is steeds meer ingeburgerd geraakt. Je hoort van familie of vrienden dat zij dingen op internet kopen. Nu zijn steeds meer mensen de drempel overgegaan`, aldus Michiel Vergeer van het CBS. Het CBS berekende ook dat de totale online uitgaven circa 4 miljard euro bedragen. Dat is slechts een schijntje (4,4 procent) van de totale uitgaven in de detailhandel, die ongeveer negentig miljard euro bedragen. Vergeer licht opnieuw toe: `Je ziet dat het belang van internet toeneemt. De uitgaven groeien nog steeds, terwijl in de detailhandel in de eerste acht maanden van vorig jaar minder is besteed.` Het Hoofdbedrijfschap Detailhandel meldt op zijn website dat in de eerste helft van afgelopen jaar ongeveer 5,5 procent van alle bestedingen aan non-food online plaats hadden. Vijf jaar eerder was dat nog maar 1,7 procent.

Onlangs berichtten we al in RetailActueel dat de `traditionele`, fysieke retailer van deze berichten niet wakker hoeft te liggen. Het gros van de retailers in de winkelstraat heeft voldoende USP`s, voldoende onderscheidend vermogen, om ook in de komende jaren succesvol te opereren. Maar wellicht volgt ook nog steun uit andere hoek. De Europese Commissie is namelijk bezig met een conceptvoorstel dat moet regelen dat leveranciers mogen weigeren te verkopen aan webwinkels zonder fysieke winkel, zo meldt Webwereld op zijn website.

De nieuwe wetgeving zou betekenen dat fabrikanten webwinkels die alleen online opereren en geen fysieke winkel hebben (brick-and-mortar) mogen boycotten door deze partijen geen producten te leveren. Doel van deze maatregel is om retailers te beschermen tegen concurrenten die op het internet dezelfde producten verkopen tegen lagere prijzen. Deze internetspelers hebben immers niet de hoge kosten voor huisvesting en winkelpersoneel, hetgeen resulteert in lagere prijzen. Op zich is daar niets mis mee, maar `ze investeren door hun fysieke afwezigheid veel minder in het merk`, aldus merkenhouders en de Europese Commissie. En daar wringt de schoen. Retailers investeren, met hun fysieke zichtbaarheid, aanwezigheid en uitstraling in de winkel, deels mee in het merk. Online spelers doen dat niet. En dat geeft, volgens het conceptvoorstel, leveranciers het recht om levering aan die online spelers te weigeren.

Het voorstel is niet onomstreden. Sterker nog, internetspelers als eBay en Amazon zijn woedend. Tod Cohen, jurist van eBay, noemt de regeling op Webwereld `een ramp voor e-commerce in Europa. Wie aan prijsdiscriminatie doet, heeft er een mogelijkheid bij gekregen.` Ook Amazon heeft geen goed woord over voor het `protectionistische` voorstel van de Europese Commissie. Volgens de internetreus leidt de regel tot minder keuze voor consumenten, minder prijstransparantie en hogere prijzen door minder concurrentie.

Hoe deze ontwikkeling verder zal verlopen weten we nog niet. Het conceptvoorstel is onderdeel van een meer uitgebreid hervormingsplan inzake e-commerce in de Europese Unie. In mei van dit jaar lopen de huidige regels voor e-commerce af en moet er een nieuwe richtlijn zijn. Hoe het ook afloopt, de belangrijkste stakeholders in deze kwestie betrekken hun stellingen. Het blijven spannende tijden.

Hans van Scheerdijk, RetailActueel

Leave a Reply

*

captcha *